Zoek in het forum:

`Wetgever ontmoet praktijk`: zeer zinvol


Overwegend positieve reacties waren er tijdens de borrel na afloop van de ontmoeting ‘Wetgever ontmoet praktijk’. De medewerkers van het Ministerie van Financiën benadrukten wel dat ze al regelmatig contact hebben met de markt, maar dan meestal met de vertegenwoordigers van de koepels. Dit was de eerste keer dat ze met een groep mensen om de tafel zaten die dagelijks met de voeten in de blubber staan. En daar kwamen verhelderde inzichten uit.

De idee voor deze middag was ontstaan toen - tijdens een kennismakingsgesprek tussen stichting en ministerie - een aantal vragen, die op het ministerie leefden, bleven hangen. De regels vanuit en rondom de Wet op het financieel toezicht worden op dit moment getoetst op werkbaarheid. Gaan ze te ver? Of moeten die regels nog verder aangescherpt worden? Vijftien mensen ‘uit het veld’ (puur geselecteerd op basis van snelste aanmelding na een wervingsmail vanuit de stichting) en acht medewerkers van het ministerie gingen aan de slag.

Om te focussen zijn er die middag een drietal onderwerpen voor het voetlicht gebracht: deskundigheidseisen, het borgen van het klantbelang en de maatregelen rondom provisie. De onderwerpen werden via verschillende werkvormen uitgediept: inleiding met plenaire discussie, groepsdiscussie en een Lagerhuisdebat. Gezien de hoeveelheid van ‘stof’ werd er scherp aan tijdsplanning gedaan. Na afloop was een van bevindingen dat men soms wat tijd te kort kwam.

Een eenduidige eindconclusie kon na deze middag niet getrokken worden. Dat was ook niet de verwachting. Toch (samengevat) een paar inzichten.

Deskundigheid

Binnen de groep leefde het gevoel dat adviezen over de complexe producten als hypotheken, pensioen- en lijfrenten en andersoortig vermogensbeheer waarvoor financieel-technische, juridische en fiscale inzichten noodzakelijk zijn eigenlijk alleen gegeven zouden mogen worden door mensen met kennis en ervaring op HBO-niveau.

Daarbij werd van belang geacht dat die kennis en ervaring aanwezig moet zijn bij de klantmedewerkers die het uiteindelijke contact met de klant hebben. En niet alleen bij de feitelijk leidinggevenden.

‘Financieel adviseur zou een vak moeten zijn’ werd door een van de deelnemers opgemerkt, net als docent, rechercheur, advocaat of accountant. Dat houdt in dat binnen het regulier onderwijs hiertoe aparte vakopleidingen moeten komen. Net zoals bij artsen-in-opleiding zou een adviseur over complexe producten eerst - door ervaren mensen begeleid - een aantal jaren adviezen moeten geven voor hij of zij op eigen benen mag gaan staan.

Het deskundigheidsniveau voor een vergunning om te mogen adviseren over complexe producten werd in het algemeen als veel te laag ervaren.

Er werd ook een pleidooi gehouden om de PE-educatie zinvoller te maken. Nu is het bijslapen bij een bijeenkomst en vier handtekeningen zetten genoeg. Waarom niet de diplomahouders jaarlijks getoetst op kennis, die ze vergaren door het volgen van een PE-cursus óf omdat ze die gewoon paraat hebben vanuit hun dagelijkse werk?

De wet heeft het op dit moment alleen over kennis-eisen. Onderdelen als vaardigheden, ethiek- en integriteisbeginselen vallen nog er nog niet onder. Bij de discussie over de vraag of dit wel zou moeten werd stil gestaan bij de aspecten als: hoe te normeren, hoe te leren en hoe te toetsen? Volgens enkelen zou het leren en toetsen niet kunnen. Integer ben je of je bent het niet. Anderen hebben gekeken naar andere onderdelen van de financiële sector (bijvoorbeeld effectenbranche) of andere branches, waarbij over dit soort zaken al lang is nagedacht. Daaruit zouden ideeën geput kunnen worden.

Borgen van klantbelang

Ethiek en integriteit kwamen ook bij dit onderwerp terug. Het blijft lastig die begrippen scherp te definiëren. Verder kan het rekbaar zijn. Hoe integer blijf je als – bijvoorbeeld door economische omstandigheden – het water bij jezelf aan de lippen staat?

Een belangrijke conclusie die wel werd getrokken is dat ethiek en integriteit door de hele keten geborgd moet zijn. Het valt moeilijk van een adviseur te verwachten ethisch en integer te handelen als hij een druk voelt ‘van hoger hand’ om een andere weg te bewandelen. Zo worden ‘adviseurs’ in loondienst van aanbieders door hun werkgever op pad gestuurd en er op afgerekend om productie te maken; ook in situaties waarin het de klant eigenlijk niet past. De adviseur zou dan een klant wel anders willen adviseren maar mag dat niet van zijn baas.
Bij de vrij gevestigde adviseur speelt dit aspect onder andere als de adviseur / bemiddelaar zou willen dat een aanbieder zijn product meer op de wensen van de klant toesnijdt (denk aan het leveren van een product zonder provisie; netto-producten), maar hij daarvoor niet of onvoldoende medewerking van de aanbieders krijgt.

Hieruit blijkt ook dat de markt nog grotendeels is ingericht vanuit de ‘product-push’. (Van aanbieder, via eventueel service-provider, bemiddelaar / adviseur naar consument) Nagedacht zou moeten worden over een systeem van ‘client-pull’. De klant vraagt, al dan niet bijgestaan door een adviseur, en de keten zorgt er voor dat het er komt.

Ook moet nog goed worden doorgedacht waar advies ophoudt en bemiddeling begint. Dit moet voor een klant ook helder zijn. Op dit moment zijn de regels waaraan bemiddelaars én adviseurs moeten voldoen zodra het om een of meerdere specifieke financiële producten gaat feitelijk gelijk. Terwijl een adviseur business-wise een heel andere invalshoek heeft dan een bemiddelaar. Daarbij popt de vraag op of iedereen die een algemeen advies geeft (“je moet eens een pensioenverzekering gaan sluiten, wat vermogen opzij gaan zetten voor…, een hypotheek sluiten”) zonder daarbij een specifiek product van een specifieke aanbieder aan te raden ook aan alle Wft-eisen moet gaan voldoen. Denk aan de fiscalist, die deze raad aan zijn klant geeft.

Beloning van de adviseur kwam naar voren als een van de heikele punten bij het borgen van klantbelang. De constatering dat het belang van de klant bij financieel advies het best gebaat is bij de rechtstreekse betaling door de klant aan de adviseur is snel gemaakt. Maar of de markt daar rijp voor is en ooit zal worden is een vraag. In andere landen heeft dit geleid tot verschraling van financiële dienstverlening. Het provisiesysteem biedt een mate van solidariteit. Zowel binnen een portefeuille van één klant (daar waar de marge op één product te klein is voor goede bediening kan dit uit de marge op een ander product worden gehaald) als tussen klanten onderling.

Zorg werd uitgesproken over het belang van de mensen met de smallere beurs. Hogere opleidingseisen aan adviseurs en verbod op kruissubsidiëring vanuit provisie drijft de prijs van advies op. Als deze mensen een adviseur niet meer kunnen betalen hoe komen zij dan aan een - op hun situatie passend - advies? Dit onderwerp was rijp om een keer verder uit te diepen, maar deze middag werd al geopperd dit soort zaken via werkgevers te regelen. Als voorbeeld werd aangehaald dat er in Amerika werkgevers zijn die dit verzorgen omdat zij meer hebben aan een werknemer met financiële rust dan eentje die zich constant daarover zorgen maakt.

Provisie

De middag werd afgesloten met een debat in Lagerhuis-vorm over de stelling “Provisie is de enige juiste beloning voor de financieel adviseur”, waarbij de groep random in pro en contra werd verdeeld. Zelfs mensen met een andere mening moesten de mening van de groep verkondigen.

Dat dit onderwerp nog stevige overdenking vraagt bleek wel uit de pro- en de contra-argumenten. De ‘contra’s’ stelden dat door het provisiesysteem de klant er niet van uit kan gaan dat hij een onafhankelijk advies krijgt, want de ‘adviseur’ wordt pas beloond als hij een product sluit en dat zou wel eens niet kunnen passen in de situatie van de klant. Iemand die van de opbrengsten van producten leeft zal een klant niet snel adviseren maandelijks op een lening af te gaan lossen om later in ruimer financieel jasje te zitten. Het ‘aflossen van een hypotheek’ is immers geen product.
De pro’s stelden dat door de transparantie-vereisten en het verbieden van bonussen de ‘perverse prikkels’ (gekenmerkt als hét nadeel van provisie) er voor een groot deel al uitgehaald zijn. De adviseur kan best geld ontvangen van de aanbieder, mits zo overeen gekomen met de klant.
Hierop repliceerden de contra’s dat áls een klant dan tot aanschaf van een product over wil gaan hij nog steeds niet weet of hij wel het meest passende krijgt. De ‘adviseur’ zou hem kunnen sturen naar een product waar de adviseur wel bij vaart. Bijvoorbeeld bij constatering van een pensioentekort naar lijfrenteverzekering, terwijl hij lijfrente-banksparen of ander vermogensvormen links laat liggen.
De grote mate van solidariteit als gevolg van het provisiesysteem werd door de pro’s warm aanbevolen, met name om de mensen met een smallere beurs goed te kunnen blijven bedienen. De contra’s brachten daar tegenin dat de markt best met creatieve ideeën zou komen om ook die groep te helpen.
Opmerkelijk was dat binnen deze stelling ook de aansprakelijkheidsvraag naar voren werd geschoven. ‘Als de bemiddelaar of adviseur door de provisie als verlengstuk van de aanbieder kan worden gezien is er voor de klant meer te verhalen. Want niet alleen de adviseur (waarop – zo is gebleken bij aandelenlease en ‘woekerpolisaffaire’ – nauwelijks iets te verhalen viel) maar ook de aanbieder valt aan te spreken’, zo stelden de pro’s. En dat is heel anders als de financieel adviseur daar los van wordt geknipt en die adviseur een fout advies geeft.

Het is goed dat het format van zo’n debat voorschrijft dat er een tijdslimiet aan zit. Anders waren de discussies ongetwijfeld tot diep in de nacht doorgegaan.

Groepsdiscussies met plenaire terugmelding
Groepsdiscussies met plenaire terugmelding

Groepsdiscussies met plenaire terugmelding
Groepsdiscussies met plenaire terugmelding

Groepsdiscussies met plenaire terugmelding
Groepsdiscussies met plenaire terugmelding


Moderator Rob Goedhart liet groepen strak time-boxen.
Moderator Rob Goedhart liet groepen strak time-boxen.


Voorbereiding op Lagerhuis-debat en debat zelf
Voorbereiding op Lagerhuis-debat en debat zelf

Voorbereiding op Lagerhuis-debat en debat zelf
Voorbereiding op Lagerhuis-debat en debat zelf

Voorbereiding op Lagerhuis-debat en debat zelf
Voorbereiding op Lagerhuis-debat en debat zelf
Reactie geplaatst 29/03/2010

Justin Schlee
Super om te lezen, dit is dé manier om elkaar goed te leren begrijpen!
Reactie geplaatst 29/03/2010

Mark Ipenburg
Ik ben bij de sessie aanwezig geweest en heb deze als zeer nuttig ervaren. Ik hoop dat dit soort sessies vaker zullen plaatsvinden en dat de wetgever echt iets kan doen met de input. Wat in ieder geval duidelijk was is dat wij, de markt, de deskundigheid en integriteit beter willen borgen. Het is ook duidelijk dat het ministerie al over wetgeving op dit gebied aan het nadenken is.

Uw kunt alleen reageren indien u een profiel heeft aangemaakt, indien u geen profiel heeft kunt u deze hier aanmaken.

Aanmelden

E-mail   
Wachtwoord   
     

 Ik ben nog geen deelnemer.